Historie van het Asserbos

Samengesteld en geschreven door Bert Heikens.
Beeldmateriaal afkomstig van de Asser Historische Vereniging en Martin Hiemink.

Deze delen werden gepubliceerd in het Gezinsblad;

In november 2007 ontstond er onrust naar aanleiding van plannen om in het Asserbos (gebied Hertenkamp) appartementen te bouwen.
Evenals vele Assenaren is de Vereniging Vrienden van het Asserbos e.o. gekant tegen verdere aantasting van het unieke Asserbos. In een aantal artikelen zal nader worden ingegaan op het bijzondere karakter van het bos om aan te geven waarom de plannen uit den boze zijn. Om te beginnen:

Voorwoord door Wilto Groenendaal
DE OEROUDE BLUBBER IN HET BOS

In deze serie, die gaat over de geschiedenis van het Asserbos, zijn we terug gegaan naar de tijd dat het klooster Maria in Campis gesticht werd, zo´n 750 jaar geleden. Je mag aannemen dat de nonnen van het toenmalige Cisterciënser klooster genoegen moesten nemen met zandpaden.Verharde wegen waren er nog niet in die tijd, zeker niet in Drenthe.
Als u in een regenachtige periode door het Asserbos wandelt, zult u hetzelfde ervaren als de nonnen van destijds; blubberige paden! Om die blubber te verklaren moeten we nog verder terug in de geschiedenis.
Ca. 175000 jaar geleden heerste er in onze streken een poolklimaat. We hebben het dan over de Saale ijstijd. Drenthe was toen bedekt met een dik pak landijs zoals in Groenland nu. Op het raakvlak van bodem en ijs ontstond een fijngemalen mengsel van zand grind en keien, het keileem. Die samengeperste laag is ondoordringbaar voor water. Toen de ijstijd voorbij was en het water smolt ontstonden de bekende Drentse beekdalen. Ons Stadsbroekerloopje is er één van. Na een warmere periode werd het weer kouder en heerste er in Drenthe een toendraklimaat zoals nu in Lapland. De ondergrond was permanent bevroren en aan de oppervlakte groeide een schrale mosvegetatie. Toen het na deze Weichsel ijstijd weer warmer werd, ontdooide de ondergrond en kreeg de wind vat op de kale bodem. Dikke lagen stuifzand werden afgezet en dekten het keileem af. Vandaar de naam dekzanden. We vinden deze windheuveltjes nog steeds bij het Mantingerzand, het Drouwenerzand, de kale duinen bij Appelscha etc.

Oeroude blubberDe blubber waar u doorheen loopt in het Asserbos, is de van water verzadigde laag dekzand op het keileem. U wandelt dus eigenlijk door twee ijstijden heen. De keileemlaag zorgt er voor dat de bomen in het Asserbos niet diep kunnen wortelen. Je kunt dat goed zien bij omgewaaide bomen. De keileemlaag kunt u goed zien in het slootje op de hoek van de Hoofdlaan en de Emmastraat bij de bushalte.

 

De rijke geschiedenis van het Asserbos

DEEL 1

In de Middeleeuwen was het grootste deel van Drenthe met bos bedekt. Afhankelijk van de bodemsoort en het grondwaterpeil bestond het uit eiken en hulst op de hogere plaatsen en uit moerasbossen. Nadat rond 1260 het klooster Maria in Campis was gesticht op de plek waar nu het Drents Museum staat werd een begin gemaakt met het ontwikkelen van een cultuurbos ten bate van de houtwinning. Aan het eind van de Middeleeuwen werd de “Beilerweg” aangelegd, die het bos in tweeën deelde: het westelijke deel, genaamd “het Groote Holt”, dat nu het Asserbos vormt, en het oostelijke deel, dat landbouwgrond werd.
StadsboschAls gevolg van de Reformatie werd het klooster opgeheven en het bos kwam in 1602 in eigendom van de provincie, toen genaamd de Landschap Drenthe. Het bos kreeg als naam “’s Landschaps Plantagie”.
Door het stichten van boerderijen en de bijbehorende ontginning werd het bos steeds kleiner tot het uiteindelijk nog slechts 12 hectare besloeg: “een niet onvermaeckelijck kleyn bosje” schreef een bezoeker in 1691.
Halverwege de 18e eeuw kwam hier verandering in toen de Landschap Drenthe besloot opnieuw bos aan te planten ten bate van de houtproductie. Landschapsklerk Wolter Hendrik Hofstede maakte van de nood een deugd en ontwierp naar de mode van die tijd een sterrebos, zodat ook de bevolking van Assen er in kon verpozen. Op de huidige plattegrond zijn de sterren nog goed te herkennen: halverwege de Hoofdlaan bij de Goorlaan en aan de Rode Heklaan bij de zevenster.

 

DEEL 2

In het vorige artikel werd beschreven hoe het Asserbos in de loop der eeuwen wisselend van grootte was, mede afhankelijk van het gebruik voor houtproductie dan wel landbouw. Uiteindelijk resteerde nog slechts een stuk van 12 hectare, gelegen tussen de Bosbeek en de Beilerstraat.
Wolter Hendrik Hofstede In 1763 echter werd op initiatief en naar ontwerp van Wolter Hendrik Hofstede een begin gemaakt met de aanleg van een 100 hectare groot Sterrebos .
Wie was deze Wolter Hendrik Hofstede ?
Hij werd in 1725 geboren te Groningen als zoon van een dominee. In 1750 trouwde hij in Doornik in de Zuidelijke Nederlanden (alwaar hij in garnizoen lag) met Maria Cos.
Enkele jaren later vestigde hij zich te Assen in de functie van 1e klerk van de Landschap Drenthe en in die functie is hij zeer actief geweest. Over hem schreef H.J. Nassau in 1840: “Hij was een hoogst werkzaam en zaakkundig man, aan wiens invloed Assen den aanleg van het Bosch, en Drenthe hare Hoofdvaart heeft te danken.” Ten tijde van de aanleg van het bos was Assen een dorp met slechts 500 inwoners, maar het werd geleidelijk belangrijker als provinciale hoofdstad en steeds meer ambtenaren kwamen in Assen wonen.
De aanleg van het bos was mede bedoeld om het voor de hogere heren aantrekkelijk te maken om zich in Assen te vestigen en dat had wel enig succes, want zo werd bijvoorbeeld huize “Overcingel” in die tijd gebouwd voor de ontvanger-generaal van Lier.
Om het nieuwe bos te ontsluiten werd de as Torenlaan-Nassaulaan-Hoofdlaan aangelegd, gericht op de toren van de abdijkerk .
Wolter Hendrik Hofstede overleed te Assen op 15 mei 1796 en het zal duidelijk zijn, dat er plannen werden gemaakt om deze belangrijke plaatsgenoot met een gedenkteken te eren. Het duurde echter tot 1939 voordat er een bronzen plaquette kon worden onthuld bij de `Nieuwe Vijver` als eerbetoon aan de `Grondlegger van dit Bosch`.

bron: oa Geert Nienhuis: van domineeszoon tot landschapsklerk.

Deel 3

In de twee voorafgaande artikelen werd de totstandkoming van het Asserbos beschreven. Hoe werd vervolgens het bos benut ter ontspanning van de groeiende Asser bevolking ?
Als eerste is de “Oude Vijver” te vermelden, die in 1836 werd gegraven nabij de Beilerstraat. Op de verkregen zandheuvel kon het publiek plaatsnemen, dat bij festiviteiten werd toegesproken vanaf het spreekgestoelte op het eiland.
Nadat de toenmalige burgemeester Oosting een koningshert cadeau had gekregen werd vervolgens in 1850 de Hertenkamp aangelegd . Over de financiering is nogal gebakkeleid, want het moest maar liefst f 80,- kosten! In 1870, toen inmiddels ook de “Buitensociëteit” (huidige restaurant de Hertenkamp) was gebouwd, werd het uitgebreid met de vijver en het fraaie dierenverblijf. Een bijzondere vermelding verdient de Dierentuin (!), die in 1879 (dus 56 jaar vóór de beroemde Emmer Zoo) werd gesticht op de locatie, waar nu Tivoli is. Het succes was echter minder groot en reeds 7 jaar later ging het project ter ziele en werd het geheel voor f 650,- verkocht: “aanwezig waren een aap, een beer, een wolf, een vos, wat konijnen en marmotten, en een ooievaar met een houten poot…”, aldus een bron uit die tijd.
Het voormalige gebouw De Hertenkamp tijdens de sloop.

Het voormalige gebouw De Hertenkamp tijdens de sloop.


Naast de boven genoemde Buitensociëteit werden in 1892 de tennisbanen aangelegd, die recentelijk nog in het nieuws kwamen in verband met bouwplannen. Enkele jaren later (1895) weer een groot project, genaamd: “De Nieuwe Aanleg”. Er werd namelijk een vijver gegraven met steun van de “Vereniging Armenzorg” en de “Commissie der Werkverschaffing”. Er zullen toen heel wat spaden de grond ingegaan zijn, maar ook later nog in 1950, toen de inmiddels zo geheten “Nieuwe Vijver” werd vergroot waardoor het eiland ontstond, waarop nu het gevogelte rondscharrelt. In hetzelfde project werd het recent gerevitaliseerde openlucht-theater Tivoli aangelegd. Ter voltooiing van dit recreatiegebied werd in 1982 de kinderboerderij geopend en naar wie kon deze beter vernoemd worden dan naar de grondlegger van het Asserbos: “de Hofstede”.
bronnen: Geert Nienhuis e.a.

Deel 4

Vanaf de stichting van het Asserbos zijn er her en der stukjes van afgeknabbeld voor diverse doeleinden. Zo werd in 1822 een begraafplaats aangelegd met bijpassend Kerkhoflaantje. Tot dan toe werden de –gegoede- Assenaren begraven in de Abdijkerk. Het begrip “rijke stinkerd” is afkomstig van deze oude gewoonte; de plavuizen sloten kennelijk niet luchtdicht aan elkaar. De Zuiderbegraafplaats aan de Beilerstraat dateert van 1892.
Niet alleen overleden er meer mensen in het groeiende Assen, er gingen er ook steeds meer kinderen naar school, zodat er behoefte was aan een nieuw schoolgebouw en in 1825 werd de “Latijnse School” gebouwd aan de “Groote Laan van het Asserbos”. Later werd dat het Gymnasium en de Laan werd na verloop van tijd vernoemd naar de eerste rector: dr. H.J. Nassau. Inmiddels heeft het witte gebouw al lang een kantoorfunctie. In hetzelfde stuk Asserbos werd in 1868 de HBS gebouwd, een classicistisch ontwerp, dat pas enkele jaren geleden zijn onderwijsfunctie verloor en na verbouwingen wordt gebruikt door RTV-Drenthe. De toenmalige burgemeester was baron W.A. van der Feltz en onder zijn bestuur werd een villawijk ontwikkeld in het gebied ten westen van de Beilerstraat. Hiertoe werd het van der Feltzpark aangelegd met enkele fraaie panden zoals “t Groote Holt” tegenover de HBS, dat momenteel gerestaureerd wordt. Aan de gymnasiumkant staat een chalet-achtige villa, waarin onder andere de eerste Asser chirurg dr. la Chapelle woonde en later zijn opvolger dr. Bast. Op de andere hoek, bij de hertenkamp, ligt de villa Aschwing : na de oorlog heeft deze nog dienst gedaan als huisvesting van de BB en ze heeft daarom een atoombunker op haar terrein. van der Feltzpark 1924
Ook de Hertenkamp werd aangelegd vanaf de HBS naar de inmiddels geopende “Buitensociëteit”. Aan al deze bouwactiviteiten werd een flink stuk bos opgeofferd en ook toen waren er bezwaren: “Als dat plan tot stand komt is ons Bosch verloren!”. Desondanks werd aan de Hertenkamp in 1895 nog een rij huizen in neorenaissancistische stijl gebouwd voor de officieren van de nieuwe kazernes aan de Vaart.


Deel 5

Moord in het AsserbosDe artikelen tot dusverre schetsten een stadsbos met fraaie flora en fauna, dat slechts een enkele keer wat beroering teweeg bracht wanneer door bebouwing een perceel verloren dreigde te gaan.
Echter, er zijn ook andere tijden geweest zoals u in het krantenbericht hiernaast kunt zien!
Maar hoe ging het verder?

In de lokale krant verscheen het volgende bericht: “Tot nu toe is er door justitie noch politie eenige aanwijzing verkregen omtrent den dader van den moord in het Asser bosch. De omtrek van de plaats, waar het lijk is gevonden, is nauwkeurig onderzocht, maar bloedsporen zijn in den omtrek nergens gevonden. Ook leverde een heden ingesteld nauwkeurig onderzoek, waarbij het blad in het bosch in een grooten kring is omgeharkt in geen enkel opzicht enig resultaat”.

Drie dagen later lezen we: “In verschillende couranten wordt ….vermeld, dat de vermoorde niet vreemd moet zijn geweest omtrent verschillende diefstallen … en dat wellicht de geborgen buit gezamenlijk werd opgegraven in het bosch en daarbij ruzie is ontstaan”.

Dit gaf voedsel aan het gerucht, dat de vermoorde van Opijnen, die als metselaar betrokken was bij de restauratie van de grafkelder van het landgoed Valkenstijn, met een maat de grafkelder zou hebben opengebroken en de sieraden van de lijken zou hebben gestolen. Tijdens de November-kermis en onder stormachtig weer werd van Opijnen vervolgens door zijn collega doodgestoken, omdat hij een bekentenis voor die grafschennis zou willen afleggen.
Een andere lezing is echter, dat de vermoorde een notoire gluurder was, die in het bos vrijende paartjes de stuipen op het lijf joeg. Vooral indien er sprake was van “vreemd gaan” veroorzaakte hij op die manier nogal wat commotie. Uiteindelijk staken enkele mannen de koppen bij elkaar met het doel van Opijnen om zeep te helpen en aldus geschiedde.
Het is onduidelijk, waar hij is begraven, want zijn graf komt niet voor op de Noorder- of Zuiderbegraafplaats.
Tot slot: wij wensen u een plezierige wandeling door onze mooie Asser bos.

Persoonlijke herinneringen aan het Asserbos nieuwe rubriek!!

Het Asserbos – een kostbaar bezit  
Een korte bloemlezing, samengesteld door Geert Nienhuis