| Flora en Fauna | |
|---|---|
09-11-11 Paddestoelen in het Asserbos Beste bosvrienden, |
|
naar boven |
|
| 7-3-2008: Hardlopen met de duisternis op je hielen Geschreven door Wilto Groenmendaal en gepubliceerd in het Gezinsblad februari 2008 In ons Asserbos wordt het voorjaar. Dat betekent dat veel planten weer gaan bloeien. Sommige doen dat al vroeg in het jaar. Eerst de hazelaar die al in januari zijn gele katjes laat hangen, even later gevolgd door de els. Deze beide bomen zijn windbestuivers. In het vroege voorjaar zijn er nog geen insecten die voor het transport van het stuifmeel naar de vrouwelijke bloemen kunnen zorgen. Dus zijn ze aangewezen op de wind aangewezen. Wil de bestuiving succesvol zijn dan moet er enorm veel stuifmeel worden geproduceerd. Hooikoortspatiënten kunnen daar volneuzig over meepraten!Even later bloeit het gele speenkruid langs de slootkanten wat later gevolgd door de witte sterretjes van bosanemonen en de kelkjes van de bosklaverzuring. Deze planten hebben een grote aantrekkingskracht op insecten. Het zijn insektenbestuivers. Het voordeel is dat er minder stuifmeel geproduceerd hoeft te worden Planten zijn voor hun voortbestaan afhankelijk van zonlicht. Licht is de energiebron waarmee ze water uit de bodem en kooldioxide uit de lucht aan elkaar plakken tot glucose. Glucose is de bouwsteen en energievorm waarmee de plant kan groeien en zich voortplanten.Onze bloemen uit het Asserbos zitten klem tussen de tijd dat insecten actief worden en de tijd dat de bomen hun bladeren ontvouwen. Onder een dicht bladerdek is er te weinig licht om te groeien. Wanneer er na een lang en koud voorjaar zonder insecten een periode komt waarin de temperatuur flink stijgt en de boombladeren snel uit de knoppen komen, hebben onze bloemen pech en is er dus geen voortplanting. Maar, zowel het speenkruid, de bosanemoon als de klaverzuring, hebben een truc achter de hand. Het speenkruid vormt knolletjes met reservevoedsel waaruit een nieuw plantje kan groeien. De bosanemoon en de klaverzuring hebben onderaardse uitlopers met daarin het reservevoedsel voor slechte tijden wanneer de bloemen niet bestoven zijnen er dus geen zaden zijn gevormd. ´s Zomers is er van deze plantjes niets meer te vinden. Ze hebben hun tijd er dan opzitten. |
|
naar boven |
|
7-3-2008: ZEVENSTER Onlangs besteedde het gezinsblad aandacht aan de “vereniging Vrienden van het Asserbos ”. Daarin werd gewezen op de binnenkort weer bloeiende speenkruid, bosanemoon en witte klaverzuring (vroeger ook wel bosklaverzuring genoemd; de officiële naam luidt Trientalis europaea). Wanneer genoemde voorjaarsbloeiers, die profiteren van dan nog voldoende licht op de grond, het bijna voor gezien houden neemt een ander eveneens laagbloeiend plantje het stokje over. Voor de “doorgewinterde vrienden” zal het bekend zijn dat de zevenster nog voorkomt in het zuiden van het bos. Zij wordt zo genoemd omdat het in de regel zeventallige witte bloemen heeft, maar ook 7 kelkbladen en 7 meeldraden. Helaas is dit voor Drenthe karakteristieke bloempje in het Asserbos bijna verdwenen. |
|
7-3-2008: Kruipers en klevers
|
|
| Opnames van de Geelgors in het Asserbos 2007 Met dank aan de maker van deze bijzondere foto's Nico de Groot (klik op de foto's voor een vergroting) |
|
| Reigersnesten (ingezonden door dhr. H.J. Zingstra) | |
Bellevue 6 April 2007
Beste mensen, Vorig jaar zagen we om en bij de Hertenkamp diverse reigers. De laatste maanden zagen we steeds meer. Zaterdag 31 maart j.l. ben ik daar wezen kijken en zag 5 nesten in de bomen met daaronder veel uitwerpselen. Met hartelijk groeten. H.J.Zingstra |
|
|
- Vogels gezien in het Asserbos klik maar eens!
|
|
naar boven |
|
| Amfibieëninventarisatie omgeving IJsbaan Asserbos 2006 | |
Het onderzoek
De aangetroffen soorten:
De ijsbaan als leefgebied Overige waarnemingen:
|
|
![]() Bloedrode heidelibel |
![]() Bruine glazenmaker |
![]() Grote Keizerlibel |
![]() Lantaarntje |
![]() Platbuik |
![]() Watersnuffel |
naar boven |
|
| MOSSEN IN HET BOS | |
Voor veel mensen is 'mos' niets meer dan iets kleins en mogelijk iets groens. Sterker nog: velen verwarren mossen en korstmossen met elkaar en stellen zich bekertjesmos of rendiermos voor als het woord 'mos' valt. Dit heeft alles te maken met de Nederlandse taal. Mossen en korstmossen lijken in onze taal met elkaar verwant te zijn, maar beide organismen hebben biologisch gezien niets met elkaar gemeen.Korstmossen zijn samenlevingsvormen van schimmels en algen. De wetenschappelijke benaming van korstmossen - lichenen - is daarom eigenlijk beter. De schimmel en alg leven nauw verstrengeld met elkaar. Zo'n samenlevingsverband van verschillende organismen met wederzijds voordeel heet een symbiose. De alg zorgt voor de aanmaak van suikers door fotosynthese, de schimmel voor bescherming tegen uitdrogen, UV-straling en vraat. Mossen daarentegen zijn miniatuurplantjes. Ze zijn doorgaans groen en hebben meestal blaadjes en stengeltjes. Mossen verschillen van hogere planten omdat ze geen wortels en vaatbundels hebben. Een ander belangrijk kenmerk van mossen is dat ze sporen vormen in plaats van zaden. In dat opzicht lijken ze op varens en wolfsklauwen. Mossen behoren tot de oudste planten op aarde. Een onderzoek dat de Drents-Groningse mossenwerkgroep enige jaren geleden in het Asserbos heeft uitgevoerd, heeft uitgewezen dat er in het bos 101 mossoorten voorkomen. Afgelopen zomer is er op de oude ijsbaan nog een nieuwe en vrij zeldzame mossoort gevonden, namelijk het Reuzenpuntmos. Deze soort is nog maar een paar keer in Drenthe gevonden. Het houdt van drassige schrale graslanden, waar kwelwater aan het oppervlak komt. Vrienden van het Asserbos e.o. heeft, in samenwerking met de Drents-Groningse Mossenwerkgroep, op zaterdag 14 oktober 2006 een excursie in het Asserbos gehouden. Een verslag hiervan kunt u op deze website lezen onder ACTIVITEITEN/VERSLAGEN. |
|
naar boven |
|
| 28-12-'05 Ingezonden door Joke de Grijs: | |
"Vele Asserbos bezoekers troffen zo rond de Bosbeek bij de oude ijsbaan af en toe een kleurig klein vogeltje aan. Dit was de IJsvogel. ![]() Enige tijd geleden vertelde iemand mij dat er een dood exemplaar hier gezien was en ik dacht dat het afgelopen zou zijn met dit prachtige gezicht. Gelukkig niet! De afgelopen dagen zie ik dit vogeltje weer. Wat zeg ik? Vandaag zag ik op dezelfde plek liefst twee exemplaren !! Oh ja, verder vermeld ik ook even de Bosuil. Hij/zij wordt de laatste tijd regelmatig gehoord." |
|
naar boven |
|

Planten zijn voor hun voortbestaan afhankelijk van zonlicht. Licht is de energiebron waarmee ze water uit de bodem en kooldioxide uit de lucht aan elkaar plakken tot glucose. Glucose is de bouwsteen en energievorm waarmee de plant kan groeien en zich voortplanten.
Zevenster komt voornamelijk alleen maar in Drenthe voor; plaatselijk in grote aantallen. In Gelderland en Overijsel slechts hier en daar.
Dit stukje gaat niet over kruiperige en kleverige mensen maar over twee soorten vogeltjes die ons Asserbos bewonen, de boomklever en de boomkruiper. Het zijn vogeltjes die ieder op zijn eigen wijze op de stammen van de bomen hun kostje bij elkaar scharrelen
De boomkruiper is veel minder opvallend. Hij heeft een fantastische schutkleur, bruingroen gevlekt met een roomwitte buik en een pincetsnaveltje. Als het beestje zich niet beweegt zie je hem beslist niet. Alleen door zijn schokkerig gekruip langs de stammen valt hij soms op. Het lijkt dan net een muis. Als het diertje onraad bespeurt, verstopt het zich achter de stam waar het op zit. Net zo als het kiekeboespelletje van kinderen. De klever gebruikt zijn staart niet bij het klimmen maar de kruiper wel. Hij steunt met zijn staartveren tegen de stam net zo als spechten dat ook doen. Het liedje van de boomkruiper is ook veel minder luid dan van de boomklever. Het is een ijl liedje van hoge toontjes dat je vanaf februari kunt horen. 

Bellevue 6 April 2007

Groene kikker
Bruine kikker
Gewone pad
Alpenwatersalamander
Kleine watersalamander
Tiendoornige stekelbaars





Voor veel mensen is 'mos' niets meer dan iets kleins en mogelijk iets groens. Sterker nog: velen verwarren mossen en korstmossen met elkaar en stellen zich bekertjesmos of rendiermos voor als het woord 'mos' valt. Dit heeft alles te maken met de Nederlandse taal. Mossen en korstmossen lijken in onze taal met elkaar verwant te zijn, maar beide organismen hebben biologisch gezien niets met elkaar gemeen.
Mossen behoren tot de oudste planten op aarde. 